legos-people-group-1240144

Op weg naar scherpere preselectie van triagisten (2)

Vorige week plaatsen we deel 1 van dit artikel.
U kunt het hier terug lezen.

De uitkomsten wat betreft draagvlak

“Bestaat er draagvlak voor vormen van preselectie op essentieel geachte individuele vermogens en vaardigheden in de loopbaan van triagisten?”, is de centrale probleemstelling van dit verkennend onderzoek.

Het antwoord op deze probleemstelling is gezocht in de opvattingen van de respondenten t.a.v. de loopbaan van triagisten, die verwoord waren in stellingen.

Stellingen

  • de opvattingen over drie stellingen (1,2,4) samengenomen, lijkt een indruk te geven van instemming met de eis van voorafgaande ervaring in de zorg als vorm van garantie voor te leveren prestaties en voor het beschikken over een basis aan (medische) kennis en vaardigheden. Maar deze ervaring in de zorg dient tegen het licht van specifiek te stellen eisen gehouden worden.
  • de stellingname inzake voorafgaande ervaring sluit andere gezondheidszorgwerkers niet uit en potentiele kandidaten zouden ook gevonden kunnen worden bij andere zorgberoepen dan doktersassistent en verpleegkundige.
  • de opvattingen over drie stellingen (1,3,5) samengenomen, lijkt een indruk te geven van instemming met een vorm van selectie vooraf. Een selectie waarbij iemands geschiktheid voor telefonische triage en een functie als triagist wordt gescreend en beoordeeld tegenover een nog te vormen beoordelingskader.
  • het eigen niveau van beroepsopleiding lijkt de maat te vormen voor het niveau waarop telefonische triage uitgevoerd moet worden.
  • doktersassistenten en verpleegkundigen komen – gelet op hun ervaring in de zorg – uiteraard in aanmerking voor een functie als triagist, maar dan nog dient bekeken te worden of zij voldoen aan nog te formuleren specifieke eisen.

Met alle interpretaties op voorgaande stellingen op een rij, ontstaat een beeld van draagvlak voor aanscherping van de beoordeling van iemands geschiktheid voor een functie als telefonisch triagist op een huisartsenpost. Een beoordeling die al plaats vindt vóór enige stap op de loopbaan en voor of tijdens procedures om kandidaten toe te laten.

Gevoegd bij de uitgangspunten van selectie op en beoordeling van vereiste individuele vermogens en vaardigheden, lijkt dit voldoende voeding te geven aan het streven om instrumenten te ontwikkelen die doelgericht ingezet kunnen worden op genoemde momenten.

Balans...

Aanknopingspunten voor loopbaanondersteuning

De doelgroep om wie het gaat

  • triagisten komen voort uit zorgberoepen, met name doktersassistent en verpleegkundige, in welk beroep zij gemiddeld 9 jaar ervaring hebben opgedaan. het minimum was 1 jaar, het maximum meer dan 10 jaar.
  • het niveau van voorgaande beroepskwalificatie van triagisten is hoofdzakelijk middelbaar (61/85,9%), gevolgd door hoger (10/14,1%)
  • de gemiddelde leeftijd van triagisten is 45 jaar. de leeftijd van triagisten in het onderzoek varieerde van 22 tot 62 jaar.
  • een aanstellingsomvang van 16 uur of minder per week, komt voor bij 49 (69%) triagisten. een omvang van 17 tot 32 uur bij 21 (29,6%) triagisten.
  • van de onderzochte groep triagisten:
    • is 80% (=57) al langer dan 3 jaar in dienst van een huisartsenpost;
    • denkt 82% (=58) nog wel meer dan 3 jaar in dienst van deze huisartsenpost te blijven;
    • denkt 94% (=67) nog wel meer dan 3 jaar als triagist te blijven functioneren.
  • van de onderzochte groep triagisten heeft 53,5% (=38) naast de functie van triagist ook nog een andere functie, bij de eigen organisatie (27 / 71%) of bij een andere organisatie (11/29%).
  • het merendeel van de 38 triagisten met een nevenfunctie heeft een aanstellingsomvang van 16 uur of minder bij de huisartsenpost (29/76%);
  • van de onderzochte groep triagisten heeft 85,9% (61) recent (2013-2014) een of meer opleidingen gevolgd.

Mogelijke eyeopeners

Eye-openersDe overgang naar de functie van triagist lijkt te berusten op twee hoofdmotieven:

  • De behoefte aan het vervullen van een professionele rol in een medisch georiënteerde beroepscontext. Door 65 (91,6%) triagisten opgegeven als (meest) belangrijk (N=71).
  • De behoefte aan eigen professionele groei en ontwikkeling. Door 45 (64,3%) triagisten opgegeven als (meest) belangrijk en door 25 (35,7%) als minst belangrijk (N=70).
  • De overgang naar een functie als triagist lijkt niet altijd een eigen keuze te zijn geweest.
  • De behoefte aan het vervullen van een professionele rol lijkt af te nemen bij het klimmen van het aantal dienstjaren.
  • Dat de functie goed moet passen in het privé leven, is voor 70,4% van de triagisten belangrijk.
  • Dat de functie is te combineren met een andere functie, is voor 54,9% van de triagisten belangrijk.

De mogelijke redenen om de functie van triagist neer te leggen, lijkt te berusten op drie hoofdredenen:

  • Het (gaan) ondervinden van beperkingen in hun functie. Door 52 (75,3%) triagisten opgegeven als (meest) denkbaar (N=69).
  • Het (gaan) ondervinden van de effecten van het onregelmatig werken. Door 52 (74,3%) triagisten opgegeven als (meest) denkbaar) (N=70).
  • Het ervaren van een beperkte professionele groei. Door 26 (37,1%) triagisten opgegeven als (meest) denkbaar) en door 44 (62,9%) als minst denkbaar (N=70).
  • Het onregelmatig werken als mogelijke vertrekreden begint te spelen bij triagisten die 3 tot 5 jaar functioneren als gekwalificeerd triagist.
  • Een beperkte professionele groei als mogelijke vertrekreden wordt minder aangegeven bij triagisten met een nevenfunctie.
  • Een gebrek aan inzicht in en waardering (lees benutting) van individuele ervaring en capaciteiten, kan een onderliggende reden zijn om te vertrekken.
  • Het ervaren van een bepaalde prestatiedruk vanuit de organisatie – in combinatie met eerder genoemde hoofdredenen – kan een rol spelen bij de overweging om te vertrekken.

De mogelijke oorzaken van voortijdige loopbaanbeëindiging, naar het oordeel van huisartsen, managers en P&O functionarissen, lijkt te berusten op twee hoofdoorzaken:

  • Het niet beschikken over voldoende mogelijkheden om professioneel door te groeien. Door 28 (87,5%) van deze respondenten volledig onderschreven (N=32).
  • Beperkingen in de professionele instelling t.a.v. de hoofdtaak in de functie. Door 24 (75%) van deze respondenten volledig onderschreven (N=32).
  • Beperkingen in professionele instelling, als hoofdoorzaak, berust op het ontbreken van – voor triage noodzakelijke geachte – individuele vermogens en vaardigheden.

Wat zou u kiezen?Op de vraag aan triagisten: “Stel, u staat weer voor de keuze om in de richting van telefonische triage als specialisatie te gaan. Zou u weer die keuze maken?”, zegt:

  • 77,5% (=55) hierop JA
  • 16,9% (=12) het niet te weten
  • 5,6% (=4) hierop Neen

Aandachtspunten in loopbaanondersteuning van een triagist

  • de relatief grote vertegenwoordiging van triagisten met een middelbaar opleidingsniveau en de hiermee samenhangende manier van denken en handelen;
  • de relatief hoge leeftijd van triagisten, wat wijst op professionals met ruime werk- en levenservaring;
  • de relatief grote “immobiliteit” van de doelgroep, d.w.z. het lange tijd in functie zijn en blijven op dezelfde huisartsenpost, en de hiermee samenhangende vragen naar scholing en opleiding inzake deskundigheidshandhaving;
  • de relatief grote combinatie van de functie triagist met een andere functie binnen of buiten de organisatie bij een relatief kleine aanstellingsfunctie. Hierbij is de vraag te stellen in hoeverre een nevenfunctie het vereiste niveau van functioneren als triagist versterkt of verzwakt.
  • jarenlange werkervaring in oorspronkelijke beroep en de hieruit te nemen maat bij werving en selectie van toekomstig triagisten

Terugkoppeling

Op 6 november jl. vond een terugkoppeling plaats naar respondenten. Vertegenwoordigers van in totaal negen huisartsenposten waren aanwezig op een bijeenkomst in de Bosch.

Onderzoeksresultaten werden gepresenteerd en bediscuteerd, de discussies waren levendig. De onderzoeksresultaten en de interpretatie daarvan konden rekenen op instemming van aanwezigen.

Slotconclusie van de dag was dat er draagvlak bestaat voor een zorgvuldige preselectie van instroom van triagisten, alsook loopbaanondersteuning van gekwalificeerde triagisten. De initiatiefnemers van dit project zegden toe het project te zullen voortzetten en het veld van huisartsenposten nauw te betrekken bij de volgende fase van het traject.

 

U kunt het hele artikel downloaden als PDF

 

Marjolijn Cuppes
Pieter Jochems – Latona Organisatie- & Opleidingsadvies

 

, , , , , ,

Nog geen reacties.

Geef een reactie

Site door WebZenz.